Sjoel
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de sjoel
Zelfstandig naamwoord/'ʃul/enkelvoud
sjoelsjoeltjemeervoud
sjoelssjoeltjessjoelen
Werkwoord/'ʃulən; 'ʃulə/infinitief
sjoelentegenwoordige tijd
sjoelsjoeltsjoelenverleden tijd
sjoeldesjoeldentegenwoordig deelwoord
sjoelendsjoelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.