NEDERLANDS
🇳🇱

    Sjoel

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de sjoel

      Zelfstandig naamwoord/'ʃul/

      enkelvoud

      sjoelsjoeltje

      meervoud

      sjoelssjoeltjes
    • sjoelen

      Werkwoord/'ʃulən; 'ʃulə/

      infinitief

      sjoelen

      tegenwoordige tijd

      sjoelsjoeltsjoelen

      verleden tijd

      sjoeldesjoelden

      tegenwoordig deelwoord

      sjoelendsjoelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren