NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Slachtofferen
    Werkwoordzich opofferen voor iets
  • 22Slachtoffer(het)
    Zelfstandig naamwoordpersoon getroffen door onheil

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Slachtofferen
    Werkwoordzich opofferen voor iets
  • 22Slachtoffer(het)
    Zelfstandig naamwoordpersoon getroffen door onheil
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Slachtoffer
WoordenboekSlachtoffer

Slachtoffer

  • slachtofferen

    Werkwoord

    zich opofferen voor iets

    1. zichzelf of iemand anders opofferen voor een doel of een ander persoonZij slachtoffert zich voor haar kinderen.
  • hetslachtoffer

    Zelfstandig naamwoord

    persoon getroffen door onheil

    1. persoon die door een ongeluk, misdaad of ramp schade of letsel oplooptHet slachtoffer wacht op hulp.
    2. iemand die dodelijk gewond raakt bij een ramp of aanslagDe ramp kostte veel mensen het leven.
    3. iemand die nadeel ondervindt van een situatie of ontwikkelingDe boeren zijn het slachtoffer van de droogte.
    4. persoon die stelselmatig wordt lastiggevallen, gepest of misbruiktHij is het slachtoffer van pesten op het werk.

Blijf leren

Meer A2-woordenOefenen