Slungel
A2uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de slungel
Zelfstandig naamwoord/'slʏŋəl/enkelvoud
slungelslungeltjemeervoud
slungelsslungeltjesslungelen
Werkwoord/'slʏŋələn; 'slʏŋələ/infinitief
slungelentegenwoordige tijd
slungelslungeltslungelenverleden tijd
slungeldeslungeldentegenwoordig deelwoord
slungelendslungelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.