Smarten
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; doen rotten; rotten; bekleden
de smart
Zelfstandig naamwoord/'smɑrt/enkelvoud
smartsmartjemeervoud
smartensmartjessmarten
Werkwoord/'smɑrtən; 'smɑrtə/doen rotten; rotten
infinitief
smartentegenwoordige tijd
smartsmartenverleden tijd
smarttesmarttentegenwoordig deelwoord
smartendsmartendesmarten
Werkwoord/'smɑrtən; 'smɑrtə/bekleden
infinitief
smartentegenwoordige tijd
smartsmartenverleden tijd
smarttesmarttentegenwoordig deelwoord
smartendsmartende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.