NEDERLANDS
🇳🇱

    Smash

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de smash

      Zelfstandig naamwoord/'smɛʃ/

      enkelvoud

      smash

      meervoud

      smashes
    • smashen

      Werkwoord/'smɛʃən; 'smɛʃə/

      infinitief

      smashen

      tegenwoordige tijd

      smashsmashtsmashen

      verleden tijd

      smashtesmashten

      tegenwoordig deelwoord

      smashendsmashende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren