Smeten
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de smeet
Zelfstandig naamwoord/'smet/enkelvoud
smeetmeervoud
smetensmijten
Werkwoord/'smɛɪtən; 'smɛɪtə/infinitief
smijtentegenwoordige tijd
smijtsmijtenverleden tijd
smeetsmetentegenwoordig deelwoord
smijtendsmijtende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.