NEDERLANDS
🇳🇱

    Snacken

    uncommonZipf 2.1

    een snack eten

    • snacken

      Werkwoord/'snɛkən; 'snɛkə; 'snɑkən; 'snɑkə/

      een snack eten

      infinitief

      snacken

      tegenwoordige tijd

      snacksnacktsnacken

      verleden tijd

      snacktesnackten

      tegenwoordig deelwoord

      snackendsnackende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren