Sneeuwen
A2commonZipf 3.3
werkwoord; adjectief
sneeuwen
Werkwoord/'snewən; 'snewə/infinitief
sneeuwentegenwoordige tijd
sneeuwtsneeuwenverleden tijd
sneeuwdesneeuwdentegenwoordig deelwoord
sneeuwendsneeuwendesneeuwen
Bijvoeglijk naamwoord/'snewən; 'snewə/stellende trap
sneeuwen
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.