Snoek
uncommonZipf 2.6
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de snoek
Zelfstandig naamwoord/'snuk/enkelvoud
snoeksnoekjemeervoud
snoekensnoekjessnoeken
Werkwoord/'snukən; 'snukə/tegenwoordige tijd
snoektsnoekensnoekverleden tijd
snoektesnoektentegenwoordig deelwoord
snoekendsnoekendevoltooid deelwoord
gesnoekt
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.