NEDERLANDS
🇳🇱

    Snoert

    uncommonZipf 2.3

    werkwoord

    • snoeren

      Werkwoord/'snurən; 'snurə/

      infinitief

      snoeren

      tegenwoordige tijd

      snoersnoertsnoeren

      verleden tijd

      snoerdesnoerden

      tegenwoordig deelwoord

      snoerendsnoerende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren