NEDERLANDS
🇳🇱

    Solden

    uncommonZipf 2.1

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, meervoud

    • sollen

      Werkwoord/'sɔlən; 'sɔlə/

      infinitief

      sollen

      tegenwoordige tijd

      solsoltsollen

      verleden tijd

      soldesolden

      tegenwoordig deelwoord

      sollendsollende
    • solden

      Zelfstandig naamwoord/'sɔldən; 'sɔldə/

      meervoud

      solden

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren