NEDERLANDS
🇳🇱

    Soundcheck

    uncommonZipf 2.4

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de soundcheck

      Zelfstandig naamwoord/'sɔuntʃɛk/

      enkelvoud

      soundcheck

      meervoud

      soundchecks
    • soundchecken

      Werkwoord/'sɔuntʃɛkən; 'sɔuntʃɛkə/

      infinitief

      soundchecken

      tegenwoordige tijd

      soundchecksoundchecktsoundchecken

      verleden tijd

      soundchecktesoundcheckten

      tegenwoordig deelwoord

      soundcheckendsoundcheckende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren