Spar
uncommonZipf 2.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de spar
Zelfstandig naamwoord/'spɑr/enkelvoud
sparsparretjemeervoud
sparrensparretjessparren
Werkwoord/'spɑrən; 'spɑrə/infinitief
sparrentegenwoordige tijd
sparspartsparrenverleden tijd
spardespardentegenwoordig deelwoord
sparrendsparrende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.