NEDERLANDS
🇳🇱

    Spar

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de spar

      Zelfstandig naamwoord/'spɑr/

      enkelvoud

      sparsparretje

      meervoud

      sparrensparretjes
    • sparren

      Werkwoord/'spɑrən; 'spɑrə/

      infinitief

      sparren

      tegenwoordige tijd

      sparspartsparren

      verleden tijd

      spardesparden

      tegenwoordig deelwoord

      sparrendsparrende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren