NEDERLANDS
🇳🇱

    Spiezen

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de spies

      Zelfstandig naamwoord/'spis/

      enkelvoud

      spiesspiesje

      meervoud

      spiesenspiezenspiesjes
    • spiezen

      Werkwoord/'spizən; 'spizə/

      infinitief

      spiezen

      tegenwoordige tijd

      spiesspiestspiezen

      verleden tijd

      spiesdespiesden

      tegenwoordig deelwoord

      spiezendspiezende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren