Spijs
uncommonZipf 2.5
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de spijs
Zelfstandig naamwoord/'spɛɪs/enkelvoud
spijsspijsjemeervoud
spijzenspijsjesspijzen
Werkwoord/'spɛɪzən; 'spɛɪzə/infinitief
spijzentegenwoordige tijd
spijsspijstspijzenverleden tijd
spijsdespijsdentegenwoordig deelwoord
spijzendspijzende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.