Spin
despin
Zelfstandig naamwoordachtpotig insecteneter
- klein dier met acht poten dat een web maaktDe spin weeft een mooi web.
- draad die door een spin gemaakt is of erop lijktDe spin weeft een mooi web.
spinnen
Werkwoorddraden maken van wol
- een zacht brommend geluid maken, zoals een kat doet als hij tevreden isDe kat spint altijd als hij op mijn schoot zit.
- garen of draden maken door wol of katoen te draaienMijn oma spint wol met een oud spinnewiel.
spinnen
Werkwoordgeluid maken kat
- dunne draden maken van wol of katoen met een spinnewiel of machineIk spin graag wol in mijn vrije tijd.
- een zacht brommend geluid maken, vooral door katten als ze tevreden zijnDe poes spint altijd als ze op mijn schoot zit.
despin
Zelfstandig naamwoorddraaiende beweging
- klein dier met acht poten dat een web maaktDe spin weeft een mooi web.
- draaiende beweging om een asDe aarde heeft een spin om zijn as.
spinnen
Werkwoorddraaien om as
- een kat maakt een brommend geluid van tevredenheidDe kat spint altijd als ze op mijn schoot ligt.
- wol of katoen tot draad draaien met een spinnewiel of machineMijn oma kan heel goed spinnen.
spinnen
Werkwoordsnel ronddraaien
- een zacht brommend geluid maken, vooral van een kat die tevreden isMijn kat spint altijd als hij op mijn schoot zit.
- van melk: dik en draderig worden door schifting of bederfDe melk spint als hij zuur wordt.
- garen maken door wol of katoen te draaienMijn oma kan heel goed spinnen.