Sprankel
uncommonZipf 2.1
werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud
sprankelen
Werkwoord/'sprɑŋkələn; 'sprɑŋkələ/infinitief
sprankelentegenwoordige tijd
sprankelsprankeltsprankelenverleden tijd
sprankeldesprankeldentegenwoordig deelwoord
sprankelendsprankelendede sprankel
Zelfstandig naamwoord/'sprɑŋkəl/enkelvoud
sprankelsprankeltjemeervoud
sprankelssprankeltjes
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.