NEDERLANDS
🇳🇱

    Sprankelen

    uncommonZipf 1.8

    werkwoord

    • sprankelen

      Werkwoord/'sprɑŋkələn; 'sprɑŋkələ/

      infinitief

      sprankelen

      tegenwoordige tijd

      sprankelsprankeltsprankelen

      verleden tijd

      sprankeldesprankelden

      tegenwoordig deelwoord

      sprankelendsprankelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren