Sprankelend
uncommonZipf 2.6
adjectief; werkwoord
sprankelend
Bijvoeglijk naamwoord/'sprɑŋkələnt/stellende trap
sprankelendsprankelendesprankelendsvergrotende trap
sprankelendersprankelenderesprankelendersovertreffende trap
sprankelendstsprankelendstesprankelen
Werkwoord/'sprɑŋkələn; 'sprɑŋkələ/infinitief
sprankelentegenwoordige tijd
sprankelsprankeltsprankelenverleden tijd
sprankeldesprankeldentegenwoordig deelwoord
sprankelendsprankelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.