Sprenkel
uncommonZipf 2.1
klem; druppel; scheepsterm
de sprenkel
Zelfstandig naamwoord/'sprɛŋkəl/klem
enkelvoud
sprenkelsprenkeltjemeervoud
sprenkelssprenkeltjesde sprenkel
Zelfstandig naamwoord/'sprɛŋkəl/druppel
enkelvoud
sprenkelsprenkeltjemeervoud
sprenkelssprenkeltjesde sprenkel
Zelfstandig naamwoord/'sprɛŋkəl/scheepsterm
enkelvoud
sprenkelsprenkeltjemeervoud
sprenkelssprenkeltjessprenkelen
Werkwoord/'sprɛŋkələn; 'sprɛŋkələ/uitstrooien
infinitief
sprenkelentegenwoordige tijd
sprenkelsprenkeltsprenkelenverleden tijd
sprenkeldesprenkeldentegenwoordig deelwoord
sprenkelendsprenkelendesprenkelen
Werkwoord/'sprɛŋkələn; 'sprɛŋkələ/vangen
infinitief
sprenkelentegenwoordige tijd
sprenkelsprenkeltsprenkelenverleden tijd
sprenkeldesprenkeldentegenwoordig deelwoord
sprenkelendsprenkelendesprenkelen
Werkwoord/'sprɛŋkələn; 'sprɛŋkələ/scheepsterm
infinitief
sprenkelentegenwoordige tijd
sprenkelsprenkeltsprenkelenverleden tijd
sprenkeldesprenkeldentegenwoordig deelwoord
sprenkelendsprenkelende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.