NEDERLANDS
🇳🇱

    Sprinten

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de sprint

      Zelfstandig naamwoord/'sprɪnt/

      enkelvoud

      sprintsprintje

      meervoud

      sprintensprintssprintjes
    • sprinten

      Werkwoord/'sprɪntən; 'sprɪntə/

      infinitief

      sprinten

      tegenwoordige tijd

      sprintsprinten

      verleden tijd

      sprinttesprintten

      tegenwoordig deelwoord

      sprintendsprintende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren