Spurten
uncommonZipf 2.3
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de spurt
Zelfstandig naamwoord/'spʏrt/enkelvoud
spurtspurtjemeervoud
spurtenspurtsspurtjesspurten
Werkwoord/'spʏrtən; 'spʏrtə/tegenwoordige tijd
spurtspurtenverleden tijd
spurttespurttentegenwoordig deelwoord
spurtendspurtendevoltooid deelwoord
gespurt
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.