NEDERLANDS
🇳🇱

    Stek

    A2commonZipf 3.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de stek

      Zelfstandig naamwoord/'stɛk/

      enkelvoud

      stekstekjestekkie

      meervoud

      stekkenstekjesstekkies
    • stekken

      Werkwoord/'stɛkən; 'stɛkə/

      infinitief

      stekken

      tegenwoordige tijd

      stekstektstekken

      verleden tijd

      stektestekten

      tegenwoordig deelwoord

      stekkendstekkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren