Stichten
B1commonZipf 3.7
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het sticht
Zelfstandig naamwoord/'stɪxt/enkelvoud
stichtmeervoud
stichtenstichten
Werkwoord/'stɪxtən; 'stɪxtə/infinitief
stichtentegenwoordige tijd
stichtstichtenverleden tijd
stichttestichttentegenwoordig deelwoord
stichtendstichtende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.