NEDERLANDS
🇳🇱

    Stichten

    B1commonZipf 3.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het sticht

      Zelfstandig naamwoord/'stɪxt/

      enkelvoud

      sticht

      meervoud

      stichten
    • stichten

      Werkwoord/'stɪxtən; 'stɪxtə/

      infinitief

      stichten

      tegenwoordige tijd

      stichtstichten

      verleden tijd

      stichttestichtten

      tegenwoordig deelwoord

      stichtendstichtende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.