NEDERLANDS
🇳🇱
  • Stoep(de)
    Zelfstandig naamwoordtrottoir
  • Stoep(de)
    Zelfstandig naamwoordkoker onder weg
  • Stoepen
    Werkwoordmet stoeptegels of stenen een stoep

Stoep

  • destoep

    Zelfstandig naamwoord

    trottoir

    1. voetgangerspad

      Een verharde strook langs de straat waar mensen te voet lopen.

      Kinderen tekenen met krijt op de stoep.

    2. voordeur/stoepje

      Klein vlakje of verhoging voor de deur van een huis waar je kunt zitten of iets neerzetten.

      Hij veegt het stoepje voor zijn huis.

    op de stoepop de stoep zittende stoep vegenstoepkrijt
  • destoep

    Zelfstandig naamwoord

    voetpad; koker onder weg

    1. voetpad

      Een pad langs de weg waar mensen lopen; vaak verhoogd of met tegels.

      De kinderen speelden op de stoep.

    2. koker onder weg

      Een buis of koker onder een weg waardoor water kan stromen.

      De boer maakte een stoep onder de weg zodat het regenwater kon wegstromen.

    op de stoepde stoep vegenbrede stoepsmalle stoep
  • stoepen

    Werkwoord

    Met stoeptegels of stenen een stoep, pad of oprit leggen of repareren

    1. bestraten

      Met stoeptegels of stenen een stoep, pad of oprit aanleggen of herstellen.

      De gemeente stoepte het pad voor ons huis.

    2. buiten zitten (informeel, regio)

      Tijd buiten op de stoep doorbrengen, vaak zittend voor het huis of de winkel.

      In de zomer stoepen de buurtbewoners elke avond voor hun huis.

    stoepen aanleggenstoepen reparerende oprit stoepenhet pad stoepenis gestoept

Blijf leren