NEDERLANDS
🇳🇱

    Stollen

    uncommonZipf 2.6

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de stol

      Zelfstandig naamwoord/'stɔl/

      enkelvoud

      stol

      meervoud

      stollen
    • stollen

      Werkwoord/'stɔlən; 'stɔlə/

      infinitief

      stollen

      tegenwoordige tijd

      stolstoltstollen

      verleden tijd

      stoldestolden

      tegenwoordig deelwoord

      stollendstollende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.