Stortende
de/hetstort
Zelfstandig naamwoordplaats voor storten
- hoeveelheid water die naar beneden beweegt, meestal in de vorm van een waterval of regenDe stortbui maakte de straat nat.
- afval of rommel die is gestortHet afval ligt overal op de grond.
- plek waar iets is gestort, zoals afval of een berg restmateriaalDe plek voor de stort is moeilijk te bereiken.
- het proces van iets naar beneden laten vallen (storten)Het proces gaat snel als de juiste materialen worden gebruikt.
hetstort
Zelfstandig naamwoordstort actie of plek
- het neervallen of naar beneden vallen van een grote hoeveelheid, vaak belasting of afvalHet afval valt nu naar beneden.
- plaats waar materiaal (zoals afval) wordt gedumptDe plaats voor het dumpen van afval is goedgekeurd door de gemeente.
- de hoeveelheid die in één keer naar beneden valtDe hoeveelheid sneeuw was onverwacht hoog.
- kleinere versies van stort, vaak gebruikt in informele contextHet kleinstukje papier ligt op de tafel.
storten
Werkwoordgeld of inhoud geven
- iets met kracht naar beneden laten vallen of gietenDe regen valt hard op het raam.
- financiële middelen overmaken naar een bankrekeningIk storte geld op mijn rekening.
- tot een bepaalde diepte vallen of plonzenHet gebouw valt ineens naar beneden.
- een grote hoeveelheid stof of materiaal laten neerdalenHet materiaal wordt zorgvuldig in de silo geladen.