Straften
destraf
Zelfstandig naamwoordmaatregel voor overtreding
- maatregel die iemand krijgt voor iets verkeerds dat hij heeft gedaanDe leraar gaf de leerling een straf omdat hij zijn huiswerk niet had gemaakt.
- iets onaangenaams dat je moet doen als je een fout hebt gemaaktDe jongen kreeg een straf omdat hij te laat was.
- iets wat pijnlijk of vervelend is, maar niet bedoeld als opzettelijke strafHet is een straf om elke dag zo vroeg op te staan.
straffen
Werkwoordiemand een straf geven
- iemand een onaangename consequentie geven voor verkeerd gedragDe moeder straft haar kind omdat hij zijn speelgoed niet opruimt.
- iets of iemand negatieve gevolgen laten ervarenDe leraar straft de leerling voor het spieken.