NEDERLANDS
🇳🇱

    Stream

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de stream

      Zelfstandig naamwoord/'striːm/

      enkelvoud

      stream

      meervoud

      streams
    • streamen

      Werkwoord/'striːmən; 'striːmə/

      infinitief

      streamen

      tegenwoordige tijd

      streamstreamtstreamen

      verleden tijd

      streamdestreamden

      tegenwoordig deelwoord

      streamendstreamende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren