NEDERLANDS
🇳🇱
  • Strijd(de)
    Zelfstandig naamwoordgevecht of conflict figuurlijk moeite of
  • Strijden
    Werkwoordvechten of concurreren zich inzetten voor

Strijden

  • destrijd

    Zelfstandig naamwoord

    gevecht of conflict; (figuurlijk) moeite of competitie

    1. conflict/oorlog

      Een gevecht of conflict tussen mensen, groepen of landen.

      De strijd tussen de twee landen duurde jaren.

    2. wedstrijd/strijd om iets

      Een strijd om iets te krijgen of te bereiken, bijvoorbeeld een wedstrijd of concurrentie.

      De strijd om de eerste plaats is spannend.

    de strijd aangaande strijd winnende strijd verliezeneen hevige strijdde strijd leveren
  • strijden

    Werkwoord

    vechten of concurreren; zich inzetten voor of tegen iets

    1. vechten

      Met wapens of fysiek geweld tegen iemand of een groep vechten.

      De soldaten strijden al jaren in dat gebied.

    2. wedstrijd / competitie

      Meedoen aan een wedstrijd of competitie en proberen te winnen.

      Ons team strijdt volgende week om de eerste plaats.

    3. strijden voor of tegen iets

      Zich inzetten om een doel te bereiken of tegen iets te protesteren, bijvoorbeeld voor rechten of tegen onrecht.

      Zij strijden voor gelijke rechten.

    strijden tegenstrijden voorstrijden omstrijden tegen de klok

Blijf leren