NEDERLANDS
🇳🇱

    Strijk

    commonZipf 3.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de strijk

      Zelfstandig naamwoord/'strɛɪk/

      enkelvoud

      strijkstrijkje

      meervoud

      strijkenstrijkjes
    • strijken

      Werkwoord/'strɛɪkən; 'strɛɪkə/

      infinitief

      strijken

      tegenwoordige tijd

      strijkstrijktstrijken

      verleden tijd

      streekstreken

      tegenwoordig deelwoord

      strijkendstrijkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren