Strijk
commonZipf 3.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de strijk
Zelfstandig naamwoord/'strɛɪk/enkelvoud
strijkstrijkjemeervoud
strijkenstrijkjesstrijken
Werkwoord/'strɛɪkən; 'strɛɪkə/infinitief
strijkentegenwoordige tijd
strijkstrijktstrijkenverleden tijd
streekstrekentegenwoordig deelwoord
strijkendstrijkende
Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.
Gratis. Geen wachtwoord.