NEDERLANDS
🇳🇱

    Stroppen

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; tot een strop maken; blijven steken

    • de strop

      Zelfstandig naamwoord/'strɔp/

      enkelvoud

      stropstropje

      meervoud

      stroppenstropjes
    • stroppen

      Werkwoord/'strɔpən; 'strɔpə/

      tot een strop maken

      infinitief

      stroppen

      tegenwoordige tijd

      stropstroptstroppen

      verleden tijd

      stroptestropten

      tegenwoordig deelwoord

      stroppendstroppende
    • stroppen

      Werkwoord/'strɔpən; 'strɔpə/

      blijven steken

      infinitief

      stroppen

      tegenwoordige tijd

      stropstroptstroppen

      verleden tijd

      stroptestropten

      tegenwoordig deelwoord

      stroppendstroppende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren