NEDERLANDS
🇳🇱

    Stuf

    uncommonZipf 2.4

    gum; werkwoord

    • het stuf

      Zelfstandig naamwoord/'stʏf/

      gum

      enkelvoud

      stufstufje

      meervoud

      stufsstufjes
    • stuffen

      Werkwoord/'stʏfən; 'stʏfə/

      infinitief

      stuffen

      tegenwoordige tijd

      stufstuftstuffen

      verleden tijd

      stuftestuften

      tegenwoordig deelwoord

      stuffendstuffende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren