NEDERLANDS
🇳🇱

    Survival

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de survival

      Zelfstandig naamwoord/sʏr'vɑjvəl/

      enkelvoud

      survival

      meervoud

      survivals
    • survivalen

      Werkwoord/sʏr'vɑjvələn; sʏr'vɑjvələ/

      infinitief

      survivalen

      tegenwoordige tijd

      survivalsurvivaltsurvivalen

      verleden tijd

      survivaldesurvivalden

      tegenwoordig deelwoord

      survivalendsurvivalende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren