NEDERLANDS
🇳🇱

    Swingende

    uncommonZipf 2.5

    werkwoord; adjectief

    • swingen

      Werkwoord/'swɪŋən; 'swɪŋə/

      infinitief

      swingen

      tegenwoordige tijd

      swingswingtswingen

      verleden tijd

      swingdeswingden

      tegenwoordig deelwoord

      swingendswingende
    • swingend

      Bijvoeglijk naamwoord/'swɪŋənt/

      stellende trap

      swingendswingendeswingends

      vergrotende trap

      swingenderswingendereswingenders

      overtreffende trap

      swingendstswingendste

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren