NEDERLANDS
🇳🇱

    Tak

    A2top5000Zipf 3.9

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de tak

      Zelfstandig naamwoord/'tɑk/

      enkelvoud

      taktakje

      meervoud

      takkentakjes
    • takken

      Werkwoord/'tɑkən; 'tɑkə/

      infinitief

      takken

      tegenwoordige tijd

      taktakttakken

      verleden tijd

      taktetakten

      tegenwoordig deelwoord

      takkendtakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.