NEDERLANDS
🇳🇱

    Temperen

    uncommonZipf 2.6

    matigen; afstellen

    • temperen

      Werkwoord/'tɛmpərən; 'tɛmpərə/

      matigen

      infinitief

      temperen

      tegenwoordige tijd

      tempertemperttemperen

      verleden tijd

      temperdetemperden

      tegenwoordig deelwoord

      temperendtemperende
    • temperen

      Werkwoord/tɛm'perən; tɛm'perə/

      afstellen

      infinitief

      temperen

      tegenwoordige tijd

      tempeertempeerttemperen

      verleden tijd

      tempeerdetempeerden

      tegenwoordig deelwoord

      temperendtemperende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.