NEDERLANDS
🇳🇱

    Terugslepen

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • terugslepen

      Werkwoord/tə'rʏxslepən; 'trʏxslepən; tə'rʏxslepə; 'trʏxslepə/

      infinitief

      terugslepen

      tegenwoordige tijd

      sleep terugterugsleepsleept terugterugsleeptslepen terugterugslepen

      verleden tijd

      sleepte terugterugsleeptesleepten terugterugsleepten

      tegenwoordig deelwoord

      terugslependterugslepende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren