NEDERLANDS
🇳🇱

    Tippel

    uncommonZipf 2.4

    werkwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • tippelen

      Werkwoord/'tɪpələn; 'tɪpələ/

      infinitief

      tippelen

      tegenwoordige tijd

      tippeltippelttippelen

      verleden tijd

      tippeldetippelden

      tegenwoordig deelwoord

      tippelendtippelende
    • de tippel

      Zelfstandig naamwoord/'tɪpəl/

      enkelvoud

      tippeltippeltje

      meervoud

      tippelstippeltjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren