NEDERLANDS
🇳🇱

    Toet

    A2uncommonZipf 2.6

    tussenwerpsel; gezicht; toeteren

    • toet

      Tussenwerpsel/'tut/

      ~

      toet
    • de toet

      Zelfstandig naamwoord/'tut/

      gezicht

      enkelvoud

      toettoetje

      meervoud

      toetentoetjes
    • toeten

      Werkwoord/'tutən; 'tutə/

      toeteren

      infinitief

      toeten

      tegenwoordige tijd

      toettoeten

      verleden tijd

      toettetoetten

      tegenwoordig deelwoord

      toetendtoetende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.