NEDERLANDS
🇳🇱

    Torsen

    uncommonZipf 2.4

    torso; vezel; dragen

    • de tors

      Zelfstandig naamwoord/'tɔrs/

      torso

      enkelvoud

      tors

      meervoud

      torsen
    • de tors

      Zelfstandig naamwoord/'tɔrs/

      vezel

      enkelvoud

      tors

      meervoud

      torsen
    • torsen

      Werkwoord/'tɔrsən; 'tɔrsə/

      dragen

      infinitief

      torsen

      tegenwoordige tijd

      torstorsttorsen

      verleden tijd

      torstetorsten

      tegenwoordig deelwoord

      torsendtorsende
    • torsen

      Werkwoord/'tɔrsən; 'tɔrsə/

      torderen

      infinitief

      torsen

      tegenwoordige tijd

      torstorsttorsen

      verleden tijd

      torstetorsten

      tegenwoordig deelwoord

      torsendtorsende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren