NEDERLANDS
🇳🇱
  • Totaal(het)
    Zelfstandig naamwoordde som het geheel alles bij

Totaal

  • hettotaal

    Zelfstandig naamwoord

    de som; het geheel (alles bij elkaar)

    1. som/het geheel

      De som of het geheel van onderdelen; het totale bedrag of de totale hoeveelheid — alles bij elkaar.

      Het totaal staat onderaan de factuur.

    het totaal bedraagthet totaal komt ophet totaal vantotaalbedragtotaal aantal

Blijf leren