NEDERLANDS
🇳🇱

    Trainer

    B1top5000Zipf 3.9

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de trainer

      Zelfstandig naamwoord/'trenər; 'trɛːnər/

      enkelvoud

      trainertrainertje

      meervoud

      trainerstrainertjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren