NEDERLANDS
🇳🇱

    Trainingsweek

    uncommonZipf 1.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de trainingsweek

      Zelfstandig naamwoord/'trenɪŋswek; 'trɛːnɪŋswek/

      enkelvoud

      trainingsweek

      meervoud

      trainingsweken

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren