NEDERLANDS
🇳🇱

    Trams

    uncommonZipf 2.3

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • de tram

      Zelfstandig naamwoord/'trɛm; 'trɑm/

      enkelvoud

      tramtrammetje

      meervoud

      trammentramstrammetjes

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren