NEDERLANDS
🇳🇱

    Transplanteren

    uncommonZipf 2.8

    werkwoord

    • transplanteren

      Werkwoord/trɑnsplɑn'terən; trɑnsplɑn'terə/

      infinitief

      transplanteren

      tegenwoordige tijd

      transplanteertransplanteerttransplanteren

      verleden tijd

      transplanteerdetransplanteerden

      tegenwoordig deelwoord

      transplanterendtransplanterende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.