NEDERLANDS
🇳🇱

    Trash

    uncommonZipf 2.5

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de trash

      Zelfstandig naamwoord/'trɛʃ/

      enkelvoud

      trash
    • trashen

      Werkwoord/'trɛʃən; 'trɛʃə/

      infinitief

      trashen

      tegenwoordige tijd

      trashtrashttrashen

      verleden tijd

      trashtetrashten

      tegenwoordig deelwoord

      trashendtrashende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren