NEDERLANDS
🇳🇱

    Treuzel

    uncommonZipf 2.8

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de treuzel

      Zelfstandig naamwoord/'trøzəl/

      enkelvoud

      treuzeltreuzeltje

      meervoud

      treuzelstreuzeltjes
    • treuzelen

      Werkwoord/'trøzələn; 'trøzələ/

      infinitief

      treuzelen

      tegenwoordige tijd

      treuzeltreuzelttreuzelen

      verleden tijd

      treuzeldetreuzelden

      tegenwoordig deelwoord

      treuzelendtreuzelende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.