NEDERLANDS
🇳🇱

    Trial

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de trial

      Zelfstandig naamwoord/'trɑjəl/

      enkelvoud

      trial

      meervoud

      trials
    • trialen

      Werkwoord/'trɑjələn; 'trɑjələ/

      infinitief

      trialen

      tegenwoordige tijd

      trialtrialttrialen

      verleden tijd

      trialdetrialden

      tegenwoordig deelwoord

      trialendtrialende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren