NEDERLANDS
🇳🇱

    Triktrak

    uncommonZipf 2.1

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • het triktrak

      Zelfstandig naamwoord/'trɪktrɑk/

      enkelvoud

      triktrak
    • triktrakken

      Werkwoord/'trɪktrɑkən; 'trɪktrɑkə/

      infinitief

      triktrakken

      tegenwoordige tijd

      triktraktriktrakttriktrakken

      verleden tijd

      triktraktetriktrakten

      tegenwoordig deelwoord

      triktrakkendtriktrakkende

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren